Praktijkverhaal 1 - Het signaal van haar lichaam

Ze is wat gespannen en eenmaal op de bank vertelt ze dat haar lichaam “niet meer werkt zoals vroeger”. Ze mist de zin en de vanzelfsprekende opwinding die er ooit wel was. Ze probeert het wel, soms voorzichtig en met aandacht, maar merkt dat haar lichaam niet echt meebeweegt. Dat maakt haar onrustig en ook wat moedeloos.

 

Wanneer ik haar vraag wat er gebeurt op de momenten dat ze samen is met haar partner, beschrijft ze hoe er al snel van alles tegelijk opkomt. Gedachten over of het deze keer wél zal lukken, een lichte spanning vooraf, en in haar lichaam een gevoel van aanspanning in haar onderbuik. Alsof er, nog voordat er echt iets kan ontstaan, al iets subtiel dichtgaat.

 

We staan stil bij die ervaring. Bij de combinatie van anticipatie, gedachten en haar lichamelijke reactie. Als ik haar vraag wat die aanspanning haar misschien wil laten weten, komt er aarzelend iets op van vertragen, of misschien zelfs even stoppen. Tegelijkertijd ziet ze dat ze daar meestal niet echt bij blijft. Ze probeert het nog eens, of op een andere manier, in de hoop dat het dan wél zal stromen.

 

In het verder onderzoeken merkt ze dat juist dat steeds opnieuw proberen – hoe zorgvuldig ook – maakt dat de spanning toeneemt en haar lichaam zich verder terugtrekt. Alsof een eerste, subtiel signaal gaandeweg sterker wordt.

 

Langzaam ontstaat er een ander perspectief. Dat wat ze eerst zag als een gebrek, krijgt een andere betekenis. Haar lichaam lijkt niet afwezig, maar juist actief: het geeft via minder zin en opwinding aan waar haar grens ligt, en nodigt haar uit om daar werkelijk naar te luisteren.

 

Aan het einde van de sessie klinkt er meer zachtheid in haar stem. Ze hoeft haar lichaam niet te overtuigen of te sturen, maar kan leren afstemmen op wat het aangeeft. En daar begint een ander soort beweging.